
Klank,
als ragfijne, goudgele draden aaneengeweven op de tonen van de wind,
ons verhalen vertellend over lang vervlogen tijden.
Verhalen over hoe de God Brahma honderdduizend jaren mediteerde teneinde klank en muziek te scheppen. Het ontstaan van klank was hiermee de eerste scheppingsdaad waaruit al de rest volgde. In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en God was het Woord (Joh. Evangelie).
Verhalen over hoe bij rituelen en ceremonieën, toegepast in de Bön religie, de in trance verkerende priester reeds als klankschalen omschreven instrumenten gebruikte. Ziektes werden geheeld door middel van bepaalde tonen en toonhoogten. Het gebruik en de toepassing bij rituele ceremonieën blijft echter in mystiek gehuld. In het oosten erkent men een grote kracht aan de kennis van klank. Men kan zich hierdoor voortbewegen zonder te bewegen. Door het monotone gedreun ontstaat een ‘scheiding’ tussen lichaam en geest. Er wordt een verbinding tot stand gebracht met de planeten en hun geesten, met Shambhala, het aardse centrum der onsterfelijken, de Lichtstad waar de Meesters vertoeven.